Dag 1

Dit jaar gaan we eens niet bij het begin van de zomer naar de bergen, maar pas in September. Patrick is van werkgever veranderd en kon daardoor geen verlof nemen bij 't begin van de zomer. Maar niet getreurd, we hebben ons laten vertellen dat het weer in September meestal nog beter is dan in het begin van de zomer. Voorzien van de nodige wakkerhouders vertrekken we 's nachts vanuit Mechelen naar Serfaus. Uiteraard weer met veel te veel bagage. Want we slepen elk jaar meer en meer fotomateriaal mee op vakantie

Omdat we op een zondag vertrekken is het heel rustig op de snelwegen. En we krijgen er ook nog een prachtige zonsopgang bovenop.

Wanneer we 's ochtends Oostenrijk binnenrijden via Bregenz, is het weer tijd voor ons traditionele ontbijt bij Rosenberger.
Daar stoppen we elk jaar voor ons ontbijt, en voor de koffietas die je daar bij je Kaisermelange krijgt. Eigenlijk is die koffie helemaal niet lekker, maar voor een gratis tas moet je iets over hebben.

Dan rijden we verder voor het laatste stuk richting Serfaus. Omdat we tijd genoeg hebben, en het prachtig weer is, rijden we niet door de Arlbergtunnel, maar via de pas.

Wanneer we 's middags in Serfaus aankomen kunnen we meteen in onze hotelkamer terecht. Niet voor lang, snel onze bagage in de kamer zetten en we trekken er al op uit. Met de Sunliner-kabelbaan trekken we via de Panoramagenussweg naar de Möseralm in Fiss. Daar zijn ze nog aan het fruhshoppen. 
Wij profiteren van de gelegenheid om snel iets te eten, want het duurt nog even eer het avondeten geserveerd zal worden in het hotel.

Nadat we onze innerlijke mens versterkt hebben gaan we met de kabelbaan terug naar Fiss. Van daar gaat het dan te voet richting Serfaus.

Onderweg tussen Fiss en Serfaus leren we een nieuw woord kennen dat we vanaf heden aan ons woordenboek mogen toevoegen : "Serfauserke"
[Serfauserke] (een) : Plotselinge kramp in de darmen waarbij er een onweerstaanbare en dwingende behoefte ontstaat om een toilet te bezoeken.

Omdat het vandaag zondag is, kunnen we weer genieten van een 7 gangen menu in ons hotel. Uiteraard voorafgegaan door een voorstelling van het personeel (waar we er ondertussen al een aantal goed van kennen).

Na het eten trekken we nog even het dorp in. We hebben gehoord dat de aardpyramides, die zich aan het eind van het dorp bevinden 's nachts verlicht zouden zijn. Dus dat gaan we eens bekijken.

Dag 2

We worden pas om 9 uur wakker, da's niet van onze gewoonte, maar het zal nodig geweest zijn. Na een smakelijk ontbijt trekken we onze wandelschoenen aan, nemen onze wandelschoenen en trekken met de Komperdellbaan naar de top van de Lazid.

Ons plan is om van hierboven af te dalen tot in Serfaus. Dat zijn bijna 1000 hoogtemeters afdalen, iets wat we gegarandeerd in onze spieren zullen voelen.

Ofschoon we hier nu toch al een paar jaar op vakantie geweest zijn komen we toch nog op plekjes waar we nog nooit geweest zijn.

Halverwege onze afdaling komen we ook nog aan de Murmlitrail voorbij. Dat is eigenlijk soort van beleveniswandeling voor kinderen. Maar aangezien we zelf ook nog grote kinderen zijn houdt niks ons tegen om hier ook eens een kijkje te gaan nemen.

We zijn nu ongeveer halverwege richting Serfaus. Het dorp begint langzaam maar zeker in zicht te komen, maar zoals dat hier vaak gaat in de bergen is het nog een flink stuk stappen voor dat we daar aankomen.

Je kan wel duidelijk merken dat het hoogseizoen voorbij is. We zijn helemaal alleen onderweg. Het enige wat je hoort is af een toe een kabbelend beekje of een koe-bel.

Wanneer we terug in het dorp aankomen zijn we al een flink stuk in de namiddag. Straks is het Grill-abend in het hotel. En dat kan je het beste omschrijven als veel - veler - veelst. We kunnen onze verloren calorieën weer terugwinnen.

Dag 3

Het is dinsdag vandaag, en ook nu is de zon weer helemaal van de partij. We genieten hier van een stralende na-zomer.
Vandaag trekken we naar Ladis voor de Wasser-Wanderweg. Een wandeling die zoals de naam al doet vermoeden met water te maken heeft.

Ladis is het minst toeristische dorp van het zonneterras. Er is slechts 1 kabelbaan, die je naar Fiss brengt, en voor de rest ook niet zo veel hotels. 
Alles is hier veel kleinschaliger, en dat heeft ook zijn charmes. Het dorpsbeeld van Ladis wordt vooral bepaald door de imposante Burg Laudeck.
Wij trekken achter de dorpsfontein naar omhoog richting Ober-Ladis.

Naarmate we steeds hoger klimmen wordt ook het uitzicht steeds mooier.

Na een flinke klim komen we aan bij de zwavelbron van Ober-Ladis (ook wel Obladis genoemd). In dat zwavelwater zijn we, ook al is het naar 't schijnt heel geneeskrachtig, niet echt geinteresseerd. Maar ze hebben hier ook super lekker ijs, en daarmee kunnen ze ons altijd verleiden. Gezeten op een terras met een prachtig uitzicht genieten van onze ijsbekers.

We hebben nu het hoogste punt van onze wandeling bereikt, vanaf nu gaat het terug naar beneden, naar Ladis.

Beneden in Ladis aangekomen gaan we naar de Sonnenbahn, de kabel lift die Ladis met Fiss verbindt. Deze kabelbaan brengt je in een kwartiertje tot in Fiss. Niet over hoge bergtoppen, maar gewoon zachtjes zwevend over de weides. 
Wanneer we in Fiss zijn aangekomen trekken we daar ook nog even met de Schönjochbahn tot op de Fisserjoch. Om nog even na te genieten van deze prachtige omgeving.

Dag 4

Ook vandaag zal de zon weer volop van de partij zijn. En dan te weten dat de voorbije Augustusmaand zo ongeveer de natste Augustus sinds het begin van de weerkundige waarnemingen geweest is.
We beginnen onze dag met een bezoek aan de Zammer Lochputz in Zamms. 

De Zammer Lochputz is een kleine kloof gelegen aan de oudste waterkrachtcentrale van Tirol. Het water van de Lötzbach baant zich een weg door deze kloof met onderandere een 30 meter hoge waterval. Er werden hier door de kracht van het water mooie rotsformaties gevormd, waarbij er aan enkele een verhaal verbonden is.  

Als je er niet tegenop ziet om wat trappen te doen, dan is deze kloof heel goed begaanbaar. Een groot gedeelte van het traject verloopt over metalen roosters en er zitten ook een paar (verlichte) tunnels in het parcours.

Beneden aan de kloof bevindt zich een kleine waterkrachtcentrale die nog altijd operationeel is. Het is de oudste nog aktieve van Tirol.

Na ons bezoek aan de Zammer Lochputz rijden we naar onze volgende bestemming in Zamms, de Venetbahn.

De Venetbahn brengt ons van beneden in Zams zo'n 1500 meter hoger tot op de Krahberg op 2208 meter boven de zeespiegel. 
Van hierboven heb je een prachtig uitzicht over Inn-dal en het Ober-Inn-dal.

We vullen de geheugenkaarten van onze fototoestellen met foto's van deze prachtige omgeving. Ook onszelf vergeten we niet, we vullen onze maagjes in bergrestaurant dat zich hierboven bevindt.
Daarna dalen we terug af richting Zamms en rijden we naar Fiss, voor een ritje op de Fisser Flitzer.

De Fisser Flitzer is een rodelbaan die bovenaan aan de Möseralm vertrekt en je tot aan het dalstation van de kabelbanen brengt.
Een leuke extra hierbij is dat er op 't einde van het traject een snelheidsmeter staat waarop je kan zien aan welke snelheid je voorbijgevlogen kwam.

Dag 5

Vandaag wordt het weer een echte wandeldag. We hebben besloten om wandelweg 5a een keertje te doen. Dat is een wandeling die volgens onze Wanderführer ( = wandelgids, vooraleer u ons van symphatieën voor foute Duitsers verdenkt) vereist dat men stapzeker is.
Als we zoiets lezen zijn we extra geneigd om die wandeling te gaan doen, want we houden wel van een beetje suspens.
Van zodra ons ontbijt verorberd is nemen we de Komperdellbaan richting Kölnerhaus, vanwaar onze tocht zal beginnen.

Het is nog een beetje mistig als we aan onze wandeling beginnen, maar de zon doet alvast haar best om er door te breken. Zolang het niet regent is het allemaal goed voor ons.

Het eerste deel van de wandeling gaat over een smal pad op een steile helling. Nu weten we meteen waarom je stapzeker moet zijn voor deze wandeling.

Gelukkig zijn er ook vlakkere stukken, met zelfs een zitbank. Je bent hier wel niet alleen.

Af en toe is er op zulke prachtige plekken als deze toch wel iemand die het tijdelijke voor het eeuwige omruilt.

Sommige delen van de wandeling gaan ook redelijk steil naar beneden. Dan moet het maar op handen en voeten.

Onze wandelstokken komen ook heel goed van pas.

We komen hier ook watervalletjes tegen op plaatsen waar je het in geheel niet verwacht.

Langzaam maar zeker begint Serfaus in zicht te komen. We kunnen zelfs het balkon van onze hotelkamer zien.

Serfaus is eigenlijk maar een zakdoek groot, en dan nog heeft het dorp nog gehuchtjes. Sankt-Zeno is er daar ééntje van. Als we daar gepasseerd zijn, zijn we terug in Serfaus.

Dag 6

 

Na vijf dagen zonneschijn lijkt het er op dat het vandaag niet iets minder gaat zijn. Maar dat gaat ons zeker niet tegenhouden. Vandaag rijden we naar het Ötztal, daar beginnen we bij de Stuibenfall, met zijn 159 meter valhoogte de hoogste waterval van Tirol. De Krimmler Wasserfälle zijn nog hoger, maar daar valt het water in 3 etappes naar beneden (waarbij de hoogste valhoogte 140 meter is).

Door de enorme hoeveelheid water die er hier naar beneden gedonderd komt regent het hier altijd wel een beetje. Al een geluk dat we een paraplu bij ons hebben om onze camera een beetje droog te houden.

Na ons bezoek aan de Stuiben Wasserfal gaan we terug in de richting van de parking waar we onze wagen hebben achter gelaten. Maar we gaan nog niet meteen naar huis. Eerst brengen we nog een bezoek aan het Ötzi-dorf. Dat is een soort van Bokrijk, maar dan een paar duizend jaar ouder.

In 1991 ontdekte een Duits echtpaar tijdens een wandeling een lijk dat zichtbaar geworden was door de smeltende gletscher. Aanvankelijk dacht men dat het een wandelaar was die jaren geleden in een gletscherspleet gesukkeld was en nu terug aan de oppervlakte gekomen was. Maar het lichaam bleek een beetje ouder te zijn, zo'n 5000 jaar zelfs. Doordat het lichaam meer dan 5000 diepgevroren in het ijs lag is het uitzonderlijk goed bewaard gebleven. Men heeft de prehistorische jager ook een naam gegeven : Ötzi.

Bij het binnenkomen in het Ötzi-dorp krijgen we ook nog een elektronische gids mee, die ons in het nederlands te woord stond. Maar Olga, want zo heette de gids blijkbaar, was duidelijk geen geboren nederlandstalige en had onze taal waarschijnlijk via een schriftelijke cursus geleerd. Het resultaat was dat haar teksten soms heel grappig overkwamen, ook al was dat waarschijnlijk niet de bedoeling.
Op de terugweg naar huis stoppen we ook nog even bij een winkeltje dat er heel leuk uit zag.

Dag 7

Voor onze laatste volledige dag op Oostenrijkse bodem besluiten we om naar het Kaunertal te rijden. Vorig jaar zijn we daar ook al eens geweest en hebben we een wandeling rond het stuwmeer gemaakt. Dit jaar gaan we verder het dal in en rijden we omhoog tot op 2750 meter hoogte waar zich de Kaunertaler gletscher bevindt. Daarvoor moet je eerst wel zo'n 30 haarspeldbochten nemen. En laat dat nu net iets zijn waar Carine niet zo'n liefhebster van is. De weg door het Kaunertal is trouwens een tolweg. Je moet dus betalen om door het dal te mogen rijden. Dat is geen slechte zaak, want op die manier voorkomen ze hier ook dat het een drukste van jewelste is op deze weg. We waren nog maar net het tolhuisje gepasseerd of we kwamen al in een heusel almabtrieb terecht. In september brengen de boeren namelijk hun vee van de alpenweides terug naar het dal. Dat gebeurt uiteraard gewoon via de openbare weg. Als je daar als automobilist in terecht komt is de beste optie je wagen even aan de kant te zetten en wachten tot de kolonne voorbij gelopen is.

Met de nodige vertraging, 30 haarspeldbochten en een Carine die "zo mottig als een schildpad" is geraken we uiteindelijk toch tot aan de Kaunertaler gletscher. Hier gaan we, na een dringend bezoek aan het sanitair door Carine, een kijkje nemen binnen in de gletscher.

De grijze lucht begint langzaam doorbroken te worden door de zon. We rijden al een stukje terug naar beneden, tot aan de Weisssee op 2470 meter hoogte.

We dalen langzaam verder af, elke keer we een leuk fotopunt vinden stoppen we om foto's te maken.

Zo komen we tijdens onze afdaling een frans echtpaar tegen die een beetje hulp nodig hadden bij het navigeren. Want zo'n duitstalige landkaart, dat was een beetje lastig.

Onderweg komen we ook nog een heel speciale boom tegen. Dit exemplaar is wel 300 jaar oud, en had nog veel ouder kunnen worden ware hij niet in 1999 door een lawine ontworteld geworden. Nu heeft men hem een beetje bijgewerkt en naast de weg gezet.

En ook bij 't verlaten van het Kaunertal kwamen we nog eens in een almabtrieb terecht...

Dag 8

Onze week in Serfaus is weeral voorbijgevlogen. Vandaag keren we terug naar België. Wanneer we opstaan hangen de wolken nog laag in het dal.

Onderweg naar huis staan we regelmatig in de file. Zou iedereen tegen zijn zin naar huis aan het rijden zijn ? 

Een plaats waar we wel eens durven te stoppen wanneer we Duitsland doorkruisen is aan de Möseltalbrucke in Winningen. Dat is een imposante brug over de Moezel. Je kan trouwens onder de brug onderdoor van de ene naar de andere kant van de snelweg. Het zicht vanonder de brug is ook meer dan de moeite waard. Het was alleen spijtig dat het een beetje mistig was.