Selecteer een pagina

Vandaag is het woensdag, maar in het duits klinkt dat veel mooier, namelijk “Mittwoch”. Mitten im Woche, midden in de week, een betere omschrijving kan je amper vinden.
Vandaag trekken we opnieuw onze wandelschoenen aan, deze keer voor een flinke wandeling in Irrel. Een klein dorpje, ten zuiden van Bitburg. In Irrel vind je prachtige zandsteenrotsen en kloven. één van die kloven is ook gekend onder de naam “Teufelsslucht”, nog niet zo’n gekke naam, als je weet dat de postcode van Irrel 54666 is 🙂 De Teufelsschlucht hebben we een paar jaar geleden al eens verkend. Nu maken we een rondwandeling die voor een stuk boven op de rotsen loopt en die eindigt aan de Irreler Wasserfälle.
Onze wandeling begint aan de parking van de watervallen. We volgen voor het grootste gedeelte de bestaande wandeling “Felsenweg 5”, maar we pas het traject hier en daar aan naar onze eigen wensen.

Het eerste deel van onze wandeling loopt tot aan aan de Katzenkop, waar zich het Westwall-museum bevindt. Dat is een gereconstrueerde bunker uit de Westwall-verdedigingsline. Na de tweede wereldoorlog was deze bunker door de Fransen opgeblazen. Maar eind jaren zeventig is de vrijwillige brandweer van Irrel begonnen met het herstellen en voor het publiek toegankelijk maken van de bunker.
Spijtig genoeg is de bunker in het winterseizoen niet te bezichten. Dus trekken we verder hogerop.

Na een korte maar stevige klim staan we bovenop de zandsteenrotsen die hier het landschap beheersen.
Dat levert spectaculaire beelden op. Van beneden was het al impressionant, van boven is het nog straffer.
Je moet natuurlijk wel zien waar je loopt, want op de meeste plaatsen is er geen afsluiting voorzien, en kan je een redelijk diepe val maken. Maar het pad is meer dan breed genoeg, dus geen reden tot paniek.

Na een dikke twee kilometer wandelen boven op de rotsen gaat onze wandeling verder het bos in. Volgens onze GSM kan Luxemburg ook niet veraf meer zijn, want we zitten al op het Luxemburgse net.
Het landschap varieert ook, dan weer ziten we in bos, dan weer lopen we tussen de velden. Vervelen doet het nooit. Veel mensen zijn we ook niet tegen gekomen, we telden twee manspersonen, twee vrouwspersonen, twee honden, een eekhoorn en paar spechten.

Het was een lange wandeling, maar ze was het waard. Op het einde van de wandeling kwamen we nog aan de Irreler Wasserfälle. Stel u daarbij geen waterval voor zoals die van Coo, maar eerder een serieuze stroomversnelling. Maar ze is zeker de moeite om eens te gaan bekijken. Na ons bezoek aan de waterval zit onze wandeling er op, bijna 20 kilometer hebben we op onze teller. Dat kan tellen, en dat voelen we ook aan onze spieren. Maar ja, we zijn niet naar hier gekomen om de hele dag op ons gat te zitten.

Klik op de onderstaande kaart als je de wandeling in detail wil zien