Selecteer een pagina

We hebben goed geslapen afgelopen nacht, heel goed geslapen zelfs. Of het nu aan de bedden lag, of de gezonde zweedse lucht. Dat weten we niet, maar het was wel een feit dat we terug zo fris als een hoentje waren vanmorgen.
Hoog tijd om het ontbijtbuffet van het hotel te gaan uitproberen. En dat was meer dan uitgebreid. Laat ons zeggen dat we niet echt met honger van tafel gegaan zijn.
Vandaag gaan we Stockholm verder verkennen en ook een paar musea meepikken. We zijn hier niet alleen om te luieren, maar ook om te bewegen. In het centraal station, dat recht voor onze voordeur ligt, nemen we de metro naar het station Slussen, om daar dan de boot te nemen naar Djurgärden. Ja, de boot, want behalve met tram, bus of metro verplaatsen de Stockholmenaren zich ook met veerponten.

Onze overzetboot meert aan aan Gröna Lund, een pretpark dat bij veel mensen beter gekend is onder de naam Tivoli.
Maar we zijn niet naar hier gekomen om een dagje te pretparken, dus laten we het pretpark voor wat het is.
Onze eerste bestemming is het kleine eilandje Beckholmen, waar zich behalve een paar huizen ook droogdokken bevinden waarin schepen hersteld worden.

Daarna gaat het verder richting Skansen, naar het schijnt het oudste openlucht museum ter wereld. Behalve een openlucht museum heeft Skansen ook nog een dierentuin, een aquarium en nog veel meer. Omdat we maar een weekend in Stockholm zijn gaan we dit allemaal niet bezoeken vandaag. We gaan proberen om “kleinere” gelegenheden te bezoeken.
De eerste echte stop houden we aan het Spritmuseum, een museum dat volledig aan sterke drank is gewijd. Zoiets vinden we natuurlijk een zeer interessant gegeven, dus trekken we daar als eerste naar toe.

Het museum bestaat uit twee delen. Het eerste deel is een tijdelijke tentoonstelling over het Wodka-merk Absolut. Een tentoonstelling echt wel interessant is.

Daarna komen we in het “vaste” gedeelte van het museum. Dat begint met een tentoonstelling over Rocky. Neen, niet de bokser uit de gelijknamige films. Maar een Zweeds stripfiguur die wel een band heeft met alcohol. Je loopt hier door zijn leefwereld heen.

En dan komen we in het gedeelte dat echt over alcohol gaat. Op zeer aanschouwelijke en amusante wijze wordt hier getoond hoe alcohol geproduceerd wordt en welke rol sterke drank in Zweden speelt.

In het museum gaat het ook over de risico’s en nadelen van sterke drank. Je kan hier zelfs ervaren hoe het is om dronken te zijn, en ook de beruchte kater kan je hier (gesimuleerd) ondergaan.

Na ons leerrijk bezoek aan het Spritmuseum trekken we een beetje verder, daar bevindt zich het Vasa museum.
Dit museum is opgezet rond het middeleeuwse schip de Vasa, dat een eerder ongelukkige maiden-vaart kende.
Het schip was op 10 augustus 1628 bij zijn eerste vaart nog maar amper 1500 meter uit de haven vertrokken toen het al kapseisde en verging. De reden was een designfout, veroorzaakt door het feit dat de opdrachtgever, de toenmalige koning, tijdens de bouw beslist had om in plaats van 1 kanonnendek, 2 dekken van kanonnen te voorzien. Daardoor werd het schip topzwaar, met de gekende gevolgen. De Vasa heeft tot 1961 onder water gelegen, en omwille van het brakke water waarin het schip lag, hadden de houtwormen er geen vat op en is het in bijna originele staat gebleven. Wat je te zien krijgt als je het museum binnenstapt doet je mond werkelijk open vallen.

Heel het museum is rond het schip gebouwd. Op verschillende verdiepingen kan het schip in al zijn glorie bewonderen.
Ook al is het museum in 1990 officieel open gegaan, toch wordt er nog altijd verder gerestaureerd aan dit kunstwerk.
Men wil het in een zo origineel mogelijke staat krijgen.

Als je ooit in Stockholm komt, dan is dit zeker een aanrader om te bezoek. Er worden hier ook dagelijks rondleiding gegeven, niet alleen het zweeds, maar ook in het Engels, Duits en Spaans.
Wat ons ook al opviel is dat men hier in elk museum gratis wifi heeft, en dat fotograferen ook al geen probleem vormt.
Dat is voor mensen zoals wij een heel groot pluspunt.

We zouden hier nog wel een tijdje kunnen blijven rondhangen, maar we hebben nog een heel eind te stappen, dus trekken we verder. Onze volgende halte is het Nordiska Museet, zeg maar het museum van het Noorden. Hier vind je alles over de Zweedse en Scandinavische kultuur.

Het museum bevindt zich in een imposant gebouw, dat niet alleen van buiten groots overkomt, maar ook van binnen enorm groots is.

Behalve verschillende thematentoonstellingen heeft men hier ook een appartement uit de jaren 40 nagebouwd. Je waant jezelf terug in de tijd gecatapulteerd.

Er zijn hier tentoonstellingen over vanalles en nog wat, bijvoorbeeld over de Zweedse feestdagen (en dat blijken er wel wat te zijn), over Mode, Juwelen, elektrisch licht, textiel, zelfs over de Sami (de Lappen) is er hier een heel gedeelte tentoongesteld.

Als we terug buitenkomen uit het museum komen we recht in de marathon van Stockholm terecht. In het begin is er geen doorkomen aan, duizenden lopers komen hier puffend voorbij gelopen. De ene al wat vlotter dan de andere. Gelukkig voor ons lopen ze niet allemaal even snel en slagen we er toch in om de straat over te steken.

Onze wandeling gaat nu verder langs de rand van het eiland in de richting van het oosten, tot we een brug tegenkomen die ons terug naar het vasteland brengt. Heel dit eiland was in middeleeuwen het jachtterein van de koning.
Het is ook opvallend hoe rustig het hier is. Je zou vergeten dat je hier in de hoofdstad van Zweden zit.

Als we de brug aan restaurant Djurgardsbrunn bereikt hebben komen we aan het verste punt van onze wandeling. Vanaf nu gaat het terug richting Stockholm. Maar niet zonder eerst nog een tussenstop te houden aan het Tekniska Museet, zeg maar, de Zweedse Technopolis.

Op het eerste zicht lijkt dat niet zo’n groot museum, maar schijn bedriegt, achter elke hal bevindt zich weer een andere hal. Hier kan je ook uren rondlopen als je wil.

Na ons bezoek aan het Tekniska Museet gaan we verder voor de laatste lange etappe van onze wandeling. We trekken terug in de richting van het stadscentrum. Hier en daar komen we al marathondeelnemers tegen die fier met hun medaille huiswaarts trekken. Maar we zien er ook nog die nog hijgend in de richting van de aankomstplaats proberen te lopen.
Als we ons hotel bereiken hebben we zo’n 17 kilometer op de teller staan, en daar zijn onze verplaatsingen binnen in de musea nog niet bijgeteld. We gaan vannacht weer goed slapen, zoveel is duidelijk.